holten
The Seaforth Highlanders of Holland
bloemen

 

Historie

Inleiding:


Op deze pagina vertellen we iets over de historie van onze doedelzakband en natuurlijk over het regiment van The Seaforth Highlanders of Canada uit Vancouver. We kunnen dit echter nooit doen zonder eerst iets te vertellen over waar het allemaal begon. De oorsprong van The Seaforth Highlanders ligt natuurlijk in het land van de Clansmen, de Lochs, doedelzakmuziek, Tartans en nog veel, veel meer. Schotland!

Klik vanaf hier naar:
Scotland. Hoe het allemaal is begonnen:
Canada. Hoe het verder ging:
Nederland. Hoe we nog steeds herdenken
:

Op onze introductie pagina kunt u informatie bekijken over The Seaforth Highlanders of Holland, Memorial Pipes and Drums. Nog meer hierover kunt u onderaan deze pagina lezen. Maar eerst maken we een kleine tocht naar het verleden, naar Schotland. Bakermat van de Scottish Highland Bagpipe.

 

Schotland. Hoe het allemaal is begonnen:


In 1777 vormde Kenneth MacKenzie, Graaf van  Seaforth een  regiment, dat gedurende de eerste zeven jaar van zijn bestaan genoemd werd The 78th Regiment of (Highland) Foot. Na deze  periode vond een hernummering plaats naar The 72nd Regiment of (Highland) Foot. De werving vond plaats in het gebied van het land van MacKenzie, zoals bijvoorbeeld de streek Seaforth. Ga naar de website van
The Clan MacKenzie of more about The Clan MacKenzie voor verdere gegevens over deze clan.
Het Regiment stak over naar Amerika, en spoedig daarna naar de Kanaal-eilanden (1778). In 1781 volgde een reis naar India, waar de Graaf van Seaforth met vele anderen de dood vond.

Het eerste treffen met soldaten uit Nederland, in die tijd bekend als Holland,  was in 1795 op het eiland Ceylon (tegenwoordig  Sri Lanka) waar The Seaforth Highlanders tegen de Nederlanders streden en wonnen. In 1797 ging het Regiment terug naar Groot Brittannië, waar in 1804 een tweede Bataljon werd gevormd, dat echter zeer kort daarna  (in 1816) werd ontbonden. In 1806 hadden de Seaforth uit Schotland wederom een treffen met enkele Nederlandse soldaten tijdens een gevecht in Kaapstad.
In 1823 werd de naam van het Regiment gewijzigd in The Duke of Albany's Own Highlanders en vertrok het regiment naar Zuid Afrika, Gibraltar, Canada en het Caribische gebied. In 1855 vocht het in de Krim-oorlog (Sebastopol) en van 1858 tot 1866 deed het dienst  in India. Ten slotte was het regiment betrokken bij hevige gevechten  in Afghanistan in 1878.
In juli 1881 gingen The Duke of Albany's Own Highlanders samen met The 78th Highlanders, opgericht in 1793 door een neef van de Graaf van Seaforth. Het  1e Bataljon 78th Highlanders trof ook de Nederlanders bij diensten in Nijmegen en Geldermalsen. In 1795 ging het 1e Bataljon 78th Highlanders terug naar Groot-Brittannië, waar een 2e Regiment werd opgericht. Dit 2e Regiment werd, evenals het 1e Bataljon The 78th Highlanders (The Ross-Shire Buffs) genoemd. Toen in juli 1881 dit regiment tenslotte samenging met The Duke of Albany's Own Highlanders, werd de nieuwe naam The 1st Bataljon Seaforth Highlanders (Ross-shire Buffs).

 

Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren er acht bataljons en één pioniers-bataljon in actieve dienst. De bataljons leden zware verliezen onder hun manschappen. Na de Eerste Wereldoorlog gingen de Seaforth Highlanders naar India, Ierland, Afghanistan, Palestina, Egypte en Sjanghai.

 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelden de Seaforth Highlanders een belangrijke rol op diverse fronten. Het 2e, 5e en 6e Bataljon vocht mee in de Italië-operatie in 1943. Het 2e en 5e Bataljon kwam in actie in Normandië, terwijl het 1e Bataljon in India was. In 1944 bevrijdden het 2e en 5e Bataljon  Best en Eindhoven, terwijl het 7e Bataljon Nijmegen bevrijdde. Voorts waren zij betrokken bij de Uitputtingsslag (Operatie Ardennen), een laatste poging  van  Adolf Hitler en zijn generaals om de oorlog naar hun hand te zetten. En wij weten hoe het afliep!

 

Na de Tweede Wereldoorlog werden de meeste bataljons ontbonden, en het 1e en 2e Bataljon werden samengevoegd. Van 1951 tot 1954  was er een periode van rust, toen The Seaforth Highlanders in Schotland bleven. Daarna gingen zij weer naar Egypte, Jemen (Aden), Gibraltar en Duitsland (Münster). Tenslotte werd het Regiment in 1961 samengevoegd met The Queens Own Cameron Highlanders onder de naam The 1st Bataljon Queens Own Highlanders (Seaforth & Camerons). In 1994 volgde een nieuwe fusie met  The Gordon Highlanders tot The Highlanders (Seaforth, Gordons and Camerons).

back to top

Canada. Hoe het verder ging:


Onder de vele immigranten  in Canada waren er veel uit Schotland. In Vancouver ontstond in 1909 het idee om een Highland Regiment op te richten, hetgeen officieel in 1910 gebeurde. Uiteraard maakte het nieuwe Regiment deel uit van het Canadese leger;  het Regiment kreeg het enige nog beschikbare nummer van de Canadian Army List toegewezen, namelijk 72.Heel toevallig was dit hetzelfde nummer als dat van de 72nd Regiment of (Highland) Foot opgericht in 1777 door Kenneth MacKenzie, Graaf van Seaforth, in Schotland. Op 11 April 1911 verkreeg het Canadese Regiment  de officiële goedkeuring van Schotland om de naam Seaforth Highlanders te gebruiken.
In de Eerste Wereldoorlog streden 
The Seaforth Highlanders of Canada mee in het 16e Overseas Battalion Canadian Expeditionary Force, waarvan  later de naam is gewijzigd in The Canadian Scottish Regiment (N.B.: de genoemde website is die van The Regimental Association, de site van het  Regiment is momenteel gesloten). In 1916 gingen zij naar Frankrijk met 40 officieren en  1055 manschappen. Acht maanden  later waren reeds 655 Canadezen in deze oorlog gesneuveld. In 1919 keerde het Regiment terug naar Canada.

 

Toen in 1939 de dreiging van een nieuwe oorlog elke dag sterker werd, en in september 1939 de Duitsers Polen bezetten, werd het Canadese Leger gemobiliseerd. Op 20 December 1939 staken de Seaforth Highlanders of Canada over naar Groot Brittannië, inclusief de band. De eerste drie jaren van de oorlog waren een periode van veel oefeningen. In 1943 werden de Seaforth Highlanders of Canada naar Italië verscheept, waar zij in juli van dat jaar landden op de stranden van Pachino. In mei  1944 waren zij betrokken bij slag om de Hitlerlinie.  In maart 1945 werd het Regiment naar België vervoerd. Het plan was om het Regiment naar Nederland te brengen, waar het zuiden reeds bevrijd was, maar het westen en noorden van Nederland waren nog steeds door de Duitsers bezet na de mislukte poging van de geallieerden om bij Arnhem en Oosterbeek door te breken ("Operatie Market Garden", "Een brug te ver") in september 1944.

In het voorjaar van 1945 begonnen de geallieerden hun campagne om Nederland te bevrijden. Zij trokken oostwaarts richting Arnhem, Zutphen en Deventer. De Britse Strijdkrachten gingen recht op Duitsland en het Rijngebied af. De Canadese Strijdkrachten trokken noordwaarts en ook linksaf naar Apeldoorn. Zij staken de IJssel over en gingen door naar de dorpen Stroe, Garderen, Voorthuizen, Barneveld en Achterveld in het gebied bekend als de Gelderse Vallei. In De Glind (bij Achterveld) stopten de Seaforth Highlanders of Canada, en "maakten zij de sprong" naar Amsterdam (50 km westelijk van Achterveld); de hoofdstad werd in april 1945 bevrijd.

Het is belangrijk om te weten dat de bevrijding van de Gelderse Vallei niet alleen door de Seaforth Highlanders of Canada werd gedaan. Het Regiment was onderdeel van de Eerste Divisie, 2e Infanterie Brigade, kenbaar aan de rode vierkante insignes op het jacket (elke divisie had zijn eigen kleur).

 

Deze 1e Infanterie Divisie was als volgt samengesteld:


Divisional Troops
4th Princess Louise's Dragoon Guards (Verkennings-troepen)
Saskatoon Light Infantry (Vickers Mitrailleur Bataljon)

 

1st Infantry Brigade
Royal Canadian Regiment
48th Highlanders of Canada
Hastings & Prince Edward Regiment
.

 

2nd Infantry Brigade
The Princess Patricia's Canadian Light Infantry
The Seaforth Highlanders of Canada
The Loyal Edmonton Regiment.

 

3rd Infantry Brigade
Royal 22nd Regiment
Carleton & York Regiment
West Nova Scotia Regiment

 

Tijdens de bevrijdingsfeesten speelden de doedelzak-bands van de Canadese Regimenten voor de Nederlanders; hierdoor werd de basis gelegd voor de huidige 34 bands in Nederland. Op 8 mei 1945 traden de gezamenlijke Pipes and Drums van de geallieerden op de Dam in Amsterdam, tegenover het Koninklijk Paleis. In tegenwoordigheid van H.M. Koningin Wilhelmina traden de bands op in een overwinnings-parade. Een foto van deze parade kunt u bekijken op onze introductie pagina.
Momenteel vormen de  Seaforth Highlanders of Canada een  reserve-regiment binnen het Canadese Leger.

back to top

Nederland. Hoe we nog steeds herdenken:

In 1995 kwam FrankJan de Boone, lid van The 48th Highlanders of Holland Pipes and Drums, op het idee om in zijn eigen omgeving (Amersfoort en Voorthuizen) een doedelzak-band op te richten. De band waarin hij reeds speelde was opgericht om The 48th Highlanders of Canada te herdenken, de bevrijders van Apeldoorn. Misschien was het mogelijk om hetzelfde te doen ten aanzien van de regimenten die betrokken waren bij de bevrijding van Amersfoort en de Gelderse Vallei.
FrankJan deed enig onderzoek, en ontdekte dat Amersfoort, waar hij als leraar werkt, was bevrijd door  The Cameron Highlanders of Ottawa, en dat ook zij een pipeband hadden die in dat gebied dienst deed. Hij ontdekte tevens dat in ook zijn eigen woonplaats Voorthuizen een Canadees regiment betrokken was bij de bevrijding, namelijk The Seaforth Highlanders of Canada. Dit regiment had een pipeband. Hij vond het belangrijk om een regiment te kiezen dat in dit gebied was en een pipeband had: dat maakte alles historisch gemakkelijker. Intussen zocht hij ook naar geïnteresseerden en naar een oefenlokatie voor de nieuwe band. Het was geen probleem om leden te vinden. Hij vond verscheidene Nederlanders, inclusief ervaren blazers en drummers, die belangstelling schenen te hebben in zijn idee. Ook jongeren uit Amersfoort en Voorthuizen voelden wel iets voor het idee om een militaire pipeband om onze bevrijders te herdenken. De oefen-lokatie was een groter probleem. Door strikte milieuregels (een doedelzak-band produceert teveel geluid) was er geen lokaal te vinden. Een bijkomend probleem was het ontbreken van een drumming-instructeur. Hoewel Nederland meer dan  30 pipebands heeft, is er slechts een beperkt aantal instructeurs voor blazers en drummers. FrankJan gaf zijn plan uiteindelijk in 1996 op.

 

Intussen waren er een drummer en een blazer in de Beatrix Pipeband in Hilversum die ook plannen hadden voor een militair-georiënteerde pipeband. Binnen de Beatrix Pipeband bestond reeds een miniband die optrad bij militaire evenementen zoals Open Dagen voor de Luchtmacht en de jaarlijkse herdenking van de Slag om Arnhem (Operation Market Garden)  in september. In het voorjaar van 1999 hoorde Kees Westerkamp, de drummer, van het idee van FrankJan de Boone uit Voorthuizen.

 

Zij vergaderden met verschillende andere blazers en het oude plan van FrankJan kwam opnieuw ter sprake. Het idee was om een pipeband op te richten om het Canadese regiment van The Seaforth Highlanders of Canada ter herdenken, en tevens andere Canadese en Britse regimenten die betrokken waren geweest bij de bevrijding van Nederland. Dit was tevens de gelegenheid voor militair-georiënteerde blazers en drummers om lid te worden van een pipeband met een militair protocol. Er werd een brief geschreven naar de commandant van The Seaforth Highlanders of Canada in Vancouver met details van het plan, en met het verzoek om toestemming voor het gebruik van de naam van het regiment en het uniform uit 1945. Tegelijkertijd begon de werving voor de nieuwe pipeband. FrankJan gaf diverse interviews voor kranten en radio-omroepen.

 

In september 1999 had de band reeds 20 belangstellenden, voornamelijk beginnende blazers. In oktober 1999 ontving de band een brief van de commandant van The Seaforth Highlanders of Canada, waarin hij schreef dat hij belang stelde in het idee, en waarin hij hulp toezegde bij alle soorten vragen en problemen. Intussen had ook de Canadese militaire attaché in Den Haag van de plannen vernomen, en ook hij beloofde hulp in diverse zaken. In september 1999 namen reeds enkele ervaren pipers en drummers van de nieuwe band, genaamd The Seaforth Highlanders of Holland Memorial Pipes and Drums, deel aan het Airborne Herdenkings-weekend (voor de Slag om Arnhem) in de dorpen Ede en Oosterbeek. Er volgden meer optredens, en ook kreeg de band meer leden. In januari 2000 kwam kiltmaker Jean MacPherson uit Schotland (van het bedrijf Hugh MacPhersons of Edinburgh, eveneens een Seaforth Highlander) naar Voorthuizen om de maat te nemen voor uniformen. Enkele instructeurs verlieten de band, zij werden vervangen door Josien Teerlink. De problemen betreffende de oefenlokatie werden in oktober 1999 opgelost, toen de pipeband een gebouw van de Donkersgoed Maatschappij in Voorthuizen mocht gaan gebruiken, een gebouw dat nog gebruikt wordt voor workshops, extra training en ontspannings-avonden. De pipeband verhuisde in januari 2000 naar de Bernhardkazerne voor hun wekelijkse repetitie.
Zie
Band in actie voor meer informatie over waar u de band kunt zien, of voor de evenementen waaraan wij hebben deelgenomen..

 

Heeft u vragen of suggesties voor deze website of voor deze pagina (misschien kunt u ons meer vertellen over sommige historische feiten) neem dan a.u.b. contact met ons op bij info@seaforth.nl

back to top

 

 

 

 

wapen